Mineralen in water

Parameters •  Mineralen •  Drinken wij onze ziektes?

Giftig

In de intra- en extracellulaire celvloeistof komen natrium, calcium, magnesium, chloor, waterstofcarbonaat, glucose, aminozuren en ook fosfaat voor. Waarom is fosfaat in water wél en alle andere niet schadelijk? Voorbeelden van mineralen die in organische vorm soms levensnoodzakelijk zijn en in anorganische vorm (geno)toxisch: nikkels, chroom, selenium, arsenen, ijzer, fluor, chloride, kobolt.

Chemisch bekeken is calcium calcium, is magnesium magnesium, is koper koper en is ijzer ijzer. Maar als het in aanmerking moet komen voor ons lichaam houdt deze vergelijking op.

Calcium wordt door het lichaam opgenomen in verbinding met fosfor en wel onder de vorm CH3(PO4)2. Dat kunnen enkel groenten, fruit, noten, vlees-, vis- en melkproducten ons leveren. Alle andere calcium is nuttig voor de stukadoor. Ijzer wordt door het lichaam opgenomen in hemoglobine vorm (uit lever of spinazie), alle andere vormen zijn nuttig voor de metaalindustrie en werken giftig.

Magnetische osmose

De cel voedt zich door magnetische osmose, deze is niet gebaseerd op statische, maar wel op elektromagnetische osmose. Vandaar dat de cel uit het totaal aanbod in bloed, lymfesappen en bindweefsel precies die elementen in een bepaalde hoeveelheid aantrekt die ze nodig heeft (orgaan eigen frequentie) en verklaard waarom bijvoorbeeld fluor uit thee of vis niet giftig werkt en alle andere wel giftig zijn (bijvoorbeeld fluor in drinkwater, prozac, tandpasta…).

Mineralen zoals deze in water voorkomen worden in verschillende weefsel afgezet in organen, gewrichten, beenderen en de bloedsomloop. Zij leiden tot nierstenen, galstenen, verbening van de hersenen, artritis en hartziekten.

Door cholesterol en vetten in de bloedvaten gebonden vormen deze anorganische mineralen een dikke betonachtige laag die de “verharding van de bloedvaten” veroorzaakt. Ze verstoppen het lichaam en het bloedvatenstelsel letterlijk.

Drinken wij onze ziektes? Lees meer